12 14


Augustus 1999 gingen wij op vakantie naar het gebied van Rennes-le-Château. Het bleek een prachtige streek, waar vele mooie wandelingen te maken zijn. Vooral de wandeltocht van Rennes-les-Bains naar Château Blanchefort is zeker de moeite waard. Natuurlijk bezochten wij ook alle plaatsen waarover wij jarenlang hadden gelezen, zoals de "Fontaine des Amours". Bij veel locaties was wel een verhaal te vertellen.


Blanchefort

Peyrolles en Bl'fort

Fontaine des Amours


Het dorp zelf bezochten we uiteraard meerdere keren, o.a. op de dag van de eclips. Wat me in het museum opviel was de amateuristische manier waarop e.e.a. tentoongesteld was (wat later overigens sterk verbeterd werd). Het is jammer dat vele gebouwen steeds meer in verval raken, zoals het huis van de familie Denarnaud en het kasteel. Maar het is en blijft een prachtige ervaring om in het dorp rond te lopen.


Kazuifel Saunière

Huis familie Denarnaud

Kasteel van Rennes-le-Château


Veel tijd bracht ik door in de plaatselijke boekwinkel. Een van de dingen die ik kocht was het boek "Clef du Royaume des Morts" van ene Alain Feral. Bij het afrekenen bleek deze schrijver ook de verkoper te zijn. In zijn boek verwijst hij herhaaldelijk naar de alpha (Α) en de omega (Ω). Deze laatste Griekse letter is als kleine letter een "w" (ω), hetgeen een omgekeerde "m" is. Net als de gespiegelde "N" is het "AM-teken" een symbool voor het Mysterie.


Boek Alain Feral

"AM" in de kerk van Arques


Maar ik moest verder met mijn zoektocht. Allereerst ging ik alle kerken langs die in mijn verhaal een rol spelen.


Kerken.

De meeste kerken bleken in de 12e eeuw gebouwd te zijn en hebben min of meer dezelfde vorm. Aan de achterzijde is meestal een ronde absis, waar aan de binnenkant het altaar staat. Omdat de kerken niet of nauwelijks meer gebruikt worden, is het vaak of de tijd er heeft stil gestaan. Vele spullen liggen onaangeroerd.


Kerk van Peyrolles

Kerk van Serres



In de kerk van Cassaignes hangt hetzelfde schilderij van Maria als in die van Peyrolles, met dit verschil dat op het doek van Serres ook een doodshoofd is geschilderd. Dit laatste doet weer denken aan een afbeeldingen in de kerk van Rennes-le-Château.


Peyrolles

Serres

RLC

Rennes-le-Château


Op het tabernakel van de kerk van Serres is een gelijkzijdige driehoek afgebeeld, met in Hebreeuwse letters JHWH, oftewel "Jahweh" of "Jehova". Driehoeken zijn populair in de omgeving. Je ziet er vele van. De betekenis van het kruis met een cirkel, op het tabernakel van Peyrolles, is mij niet bekend.


Tabernakel Serres

Idem, detail

Tabernakel Peyrolles


Kastelen.

Na de kerken waren de kastelen aan de beurt. Het bleek dat de kastelen van Blanchefort en Arques tijdens de Albigenzische kruistocht door Simon de Montfort werden verwoest, waarna zijn vazal Pierre de Voisins weer voor de wederopbouw zorgde. Château Blanchefort moet al vroeg verlaten zijn geweest, maar Arques bleef nog lange tijd door de familie bewoond. Hun wapen is nog steeds in het kasteel te zien. In 1280 begon Gilles I, de zoon van Pierre, met de bouw van de donjon.

Hiermee wordt duidelijk dat de familie de Voisins achter de bouw van het patroon zit.



Citerne Blanchefort

Kasteel van Arques

Wapen De Voisins


Ook achter het kasteel van Serres, dat later werd gebouwd, zit de familie de Voisins, getuige de aanwezigheid van het wapen van Guillaume de Voisins. Uit mijn onderzoek thuis was gebleken dat het kasteel van Montferrand net niet op de lijn Cassaignes-Blanchefort lag. Maar nu ter plekke ontdekte ik een calvaire die hier wél exact op lag, wijzend in de richting van Blanchefort als bewijs dat de lijn echt bestaat.


Kasteel van Serres

Kasteel van Montferrand

Calvaire Montferrand

 


Cardou

Roque Nègre
  Wat de Geheime Plaats betreft, ik ontdekte dat je op het snijpunt moet gaan staan van twee lijnen: de ene gaat vanaf Blanchefort over het bruggetje over de rivier de Sals, de andere is de lijn tussen de grote rots op de Cardou en de Roque Nègre. Ik vond helaas niets bijzonders. Een jaar later zou ik in staat zijn om de positie veel exacter te bepalen, waardoor ik wel degelijk iets zou vinden.


Ik wist nu wie het patroon had gebouwd en wanneer, maar toch voelde ik dat er nog meer was. Ik had een vermoeden dat de gelijkvormige kerken binnen het patroon ook een rol zouden kunnen spelen. Maar het enige wat ik kon doen was het bepalen van hun windrichting. Het zou een schot in de roos blijken te zijn…





Deel 5 - Hoofdstuk 16: Onderzoek ter plekke.

Eindelijk was het dan zover. Begin augustus 1999 ging ik, samen met een aantal anderen, naar de Aude. We logeerden op een landgoed in de buurt van Limoux, temidden van de wijnvelden, waarvan de mousserende witte wijn "Blanquette de Limoux" de bekendste is. Hoewel ik het gebied al een paar keer had bezocht, was het steeds maar voor één dag geweest. Nu had ik voor ‘t eerst eens een aantal weken de tijd om Rennes-le-Château en omgeving goed te leren kennen. Ik wist niet dat het zo mooi was daar. Iedere tocht naar een van de bezienswaardigheden -te voet of per auto- was een belevenis op zich. Vooral Rennes-les-Bains werd het startpunt voor een aantal onbeschrijflijk mooie wandeltochten. Zoals bijvoorbeeld de (best wel pittige) tocht via het smalle pad naar Château Blanchefort, met onderweg mooie uitzichtpunten over het dal van de Sals. Uiteraard had je ook goed zicht op de berg Cardou en op het veld waar de Geheime Plaats moest zijn. Dat het kasteel zelf niet veel meer bleek te zijn dan een paar gemetselde stenen, mocht de pret niet drukken. De grote "witte" rots waar het pad eindigt, is te gevaarlijk om te beklimmen, maar na een omtrekkende beweging kun je vanaf de noordkant de ruïne bereiken en heb je een mooi uitzicht over de Blanchefort-geometrie. Ook de tocht langs de "Fauteuil du Diable" en de "Roc Tremblant" was prachtig, en werd gekenmerkt door vele afwisselingen. Ieder kwartier was er wel iets bijzonders te zien, waar een verhaal bij te vertellen was. En wat te denken van de "Fontaine des Amours", een van de meest idyllische plekjes van de omgeving. Je waant je echt in een sprookje als je daar bent. Ik moest, zittende bij het water, denken aan een verhaal van Henri Lincoln, die daar begin jaren zeventig ook was geweest. Hij vertelde dat hij op een van de rotsen een merkwaardige inscriptie vond, bestaande uit een hartje met een pijl er doorheen, met daaronder de naam Calvet en het jaartal 1891. Zoals u weet is 1891 het jaar van de inauguratie van de kerk van Rennes-le-Château. Calvet is natuurlijk Emma Calvet (of Calvé), die Saunière vaak kwam opzoeken in zijn dorp. Aangezien er geruchten gingen dat beiden een relatie zouden hebben gehad, was dit natuurlijk een leuke bevestiging hiervan. Omdat Lincoln alleen was, nam hij een foto en kwam de volgende dag terug met zijn cameraploeg. Helaas was de inscriptie toen weggehakt… Dit verhaal geeft aan hoezeer hij (en misschien ook anderen) in de gaten werd gehouden. Maar, ondanks deze benauwende gedachte, is de plek er niet minder mooi om. Behalve de plaatsen die een directe rol spelen in het Verhaal, is er nog volop te genieten van al het overige dat het gebied te bieden heeft, hoewel het moeilijk is om niet iedere keer weer bij iets te belanden, dat tóch zijdelings ermee te maken heeft. Denk je bijvoorbeeld nietsvermoedend in een gorge af te dalen (Gorges de Galamus), kom je weer terecht bij een oude, in de rotsen uitgehouwen kapel, gewijd aan St.Antonius de Kluizenaar. De overvloed aan (katharen-)kastelen, kloosters, kerken en middeleeuwse dorpen maken deze streek tot de interessantste die ik tot nu toe tegen ben gekomen in Frankrijk. Eén vakantie is echt te weinig om alles te bezoeken, en mocht u er heen gaan, dan zult u zich stellig niet vervelen. Het nadeel van deze overvloed is wel dat er te veel voor de Fransen is om te restaureren, hoewel een ruïne natuurlijk ook zijn charme heeft. Maar stap voor stap wordt "de schade" ingehaald, niet in de laatste plaats door veel particulier initiatief. 


Rennes-le-Château.

Het dorp zelf bezochten wij meerdere keren. Uiteraard ook op de dag van de eclips, waar heel Frankrijk al tijden lang naar toe leefde. Het vreemde licht en de plotselinge kou maakte het dorp nog mysterieuzer. De drukte viel gelukkig mee, zodat we alles goed konden bekijken. Wat opviel was de wijze waarop dit stukje speciale cultuurgoed behandeld werd. De parkeerplaatsen bevonden zich nog steeds aan de voet van de Tour Magdala en de watertoren, zodat alle auto’s zich door de nauwe straatjes van het dorp moesten wringen. Het kasteel ("het belangrijkste van Frankrijk") raakte steeds meer vervallen, evenals een aantal andere gebouwen. De ronde vijver voor de Villa Béthania was wel gerestaureerd, maar te modern, zodat de juiste sfeer verdwenen was. De Villa zelf werd gelukkig weer in oorspronkelijke staat teruggebracht. En ook de restauratie van het beeld van Asmodeus in de kerk was zeer geslaagd. In 1996 vond iemand het nodig om zijn hoofd af te hakken en mee te nemen. Het beeld had inmiddels een nieuwe, en als je niet beter wist, zou je het niet zien. In de voormalige pastorie was een leuke tentoonstelling ingericht, waar alle bij het Verhaal betrokken stenen te bezichtigen waren (in kopie of origineel). Bijzonder was ook het museum dat zich onder de belvédère bevond. Vele originele manuscripten, documenten, foto’s en andere "relikwieën" van Saunière waren hier tentoongesteld. Blijkbaar was men goed van vertrouwen, want alles lag zo voor het grijpen. Maar als zelfs het hoofd van Asmodeus wordt meegenomen, zou ik ook hier bang zijn voor souvenirjagers. (Gelukkig is anno 2001 alles beter geregeld.)

Na een uitgebreid bezoek aan de kerk en zijn begraafplaats, bracht ik ook lange tijd door in de plaatselijke boekwinkel. Uiteraard was ik op zoek naar gegevens die in verband zouden kunnen staan met mijn vondsten, maar helaas (of gelukkig) kon ik niets in die richting vinden. Een van de dingen die ik kocht was een groot, prachtig geïllustreerd boek, "Clef du Royaume des Morts". Bij het afrekenen bleek de verkoper ook de schrijver te zijn, namelijk Alain Feral. Feral is Rennes-le-Château-kenner bij uitstek, en heeft iedere millimeter van het dorp bestudeerd, maar toen ik hem to the point iets over de tentoonstelling vroeg, wist hij van niets en werd zijn Engels een stuk minder. Deze ervaring zou ik vaker (met anderen) hebben en later zou ik horen dat ik niet de enige was die iets dergelijks had meegemaakt. Maar hierover later meer. Allereerst moet ik u vertellen over bepaalde tekens die in het gebied steeds weer terugkomen. Ik heb reeds de gespiegelde N genoemd, dat een symbool is voor het Mysterie. Feral verwijst in zijn boek hier herhaaldelijk naar. Maar hij geeft nog meer symbolen, die allemaal terug zijn te herleiden op twee Griekse letters: de alpha en de omega. Deze laatste letter wordt vaak als kleine letter geschreven, "W", die omgekeerd een letter "M" is. Samen vormen ze een teken dat een eeuwigdurende beweging weergeeft. De tekens zijn ook te zien op de zijkant van de pilaar, waarin Saunière volgens het Verhaal de documenten gevonden heeft. Op de voorkant zien we twee keer een alpha en omega.


Kerken.

Maar ik moest verder met mijn zoektocht. Ik was benieuwd naar de hoekpunten van de geometrie. Hoe zagen ze er uit en was er misschien informatie te krijgen die aansloot bij mijn ontdekkingen? Waren er geheime tekens? Waren er misschien mensen, die mij meer konden vertellen? Ik besloot om eerst een "rondje" langs de kerken te gaan maken. We gingen langs die van Cassaignes, Peyrolles, Serres en Arques, maar alle waren gesloten en de sleutelhouders waren onvindbaar of niet thuis. Maar het geluk was een week later met ons. Het toeval wilde dat vrienden van ons, die net gearriveerd waren, een gîte hadden gehuurd die de voormalige pastorie bleek te zijn van de kerk van Serres. Zij hadden op het laatste moment geboekt en dit huis was het enige dat ze nog konden krijgen in de wijde omgeving, niet wetende midden in mijn geometrisch patroon terecht te zijn gekomen. De sleutelhouder van de gîte bleek ook de sleutelhouder van de kerk, zodat wij die op ons gemak konden bekijken. Toen wij daarna nogmaals de andere kerken weer probeerden, was bij één kerk de sleutelhoudster in een paar minuten aanwezig en stonden alle andere kerken reeds voor ons open. Behalve die van Arques worden de kerken niet of nauwelijks meer gebruikt, hetzij door gebrek aan bevolking -want het zijn hele kleine dorpjes- hetzij door gebrek aan gelovigen. Vooral de kerk van Peyrolles is een plek, waar de tijd eeuwenlang heeft stilgestaan. Onder een dikke laag stof troffen wij prentjes en schilderijen uit de vorige eeuw, waar geen mens lange tijd naar om heeft gekeken. Een ware schat op zich, die wij uiteraard met rust lieten.

Een paar dingen vielen mij op bij de kerken. Ik had verwacht dat ze een spitse toren zouden hebben, waar ik in zou kunnen klimmen om van het uitzicht te genieten. Maar dat was niet het geval. De "toren" bestaat uit een soort verhoging van de voorgevel, waarin uitsparingen zitten voor de klokken. Op een paar na (o.a. Arques en Rennes-le-Château) zien alle kerkjes in het gebied er zo uit. Aan de achterkant is een ronde absis gebouwd, waarvoor zich het altaar bevindt. Zo op het eerste gezicht zijn ze allemaal even oud. Ik kreeg te horen dat de kerken van Serres, Cassaignes en Rennes-les-Bains uit de 12e eeuw stamden. De kerk van Peyrolles zou een eeuw ouder zijn. Het interieur van de kerken is zeer sober. Wel zijn er overal een aantal schilderijen en beelden. Met name St.Antonius van Padua en St.Roch* zijn heiligen die in de streek zeer populair zijn. Je komt ze veelvuldig tegen. De kerk van Cassaignes viel op, omdat er achter het altaar een schilderij van de gekruisigde Christus hing, met daarop wederom een gespiegelde "N". Boven het schilderij is een gelijkzijdige driehoek met precies in het midden een rond gat en een inscriptie, die niet helemaal goed te lezen is ("issi" ?). De sleutelhoudster kon ons niets vertellen. Op het tabernakel van de kerk van Serres is ook een gelijkzijdige driehoek te zien, dit keer met een inscriptie die wel goed te lezen is. Het zijn de Hebreeuwse letters JHWH, oftewel Jahweh of Jehova. De kerk van Peyrolles bood helaas geen gelijkzijdige driehoek. Op het tabernakel is een kruis met een cirkel afgebeeld. De betekenis hiervan is mij niet bekend. Achter het altaar hangt hetzelfde schilderij van Maria als in de kerk van Serres, met dit verschil dat op de versie van Serres ook een doodshoofd is geschilderd. Dit tafereel doet weer denken aan de kerk van Rennes-le-Château, waar de combinatie van Maria Magdalena met een schedel meerdere keren is afgebeeld. De kerk van Arques heeft een prachtige "A-M" op het altaar. De huidige kerk stamt uit de 13e eeuw, maar wordt reeds in 778 genoemd wanneer Karel de Grote het klooster en de kerk aan de abdij van Lagrasse schenkt.

* St.Antonius werd in 1195 in Lissabon geboren en trad in 1220 in bij de Franciscanen. Hij predikte in Zuid-Frankrijk vooral tegen de Albigenzen. Hij stierf in 1231 nabij Padua. Hij wordt aangeroepen om verloren voorwerpen weer terug te kunnen vinden. St.Roch werd geboren in Montpellier in 1350. Als pelgrim belandde hij in Italië, waar later de pest heerste. Hij genas door handoplegging, maar werd later zelf ziek. Hij werd verzorgd door een hond. In 1379 stierf hij in Montpellier op het cachot, verdacht van spionage.


Kastelen.

Nu ik het een en ander van de kerken te weten was gekomen, waren de kastelen aan de beurt. Bij alle verhalen die ik onder ogen kreeg bleek Simon de Montfort ten tijde van de kruistocht tegen de Katharen de grote boosdoener te zijn geweest, en zijn vazal Pierre de Voisins de man die vervolgens voor de wederopbouw heeft gezorgd.

Bij het kasteel van Arques was ook informatie voorhanden over Château Blanchefort, zij het zeer summier aangezien er überhaupt nauwelijks materiaal bestaat. Het "Castrum de Blancafort" wordt in 1067 voor het eerst genoemd in een eerbetoon aan de graaf van Barcelona. In 1119 bevestigt een bul van paus Caliste II dat het kasteel in het bezit is van het klooster van Alet-les-Bains. In 1162 wordt ene Guillaume de Blancafort gedwongen te vluchten en wordt "faidits", oftewel kathaars ontheemde. In 1210 wordt het kasteel door Simon de Montfort verwoest, waarna het in 1231 onder het gezag van Pierre de Voisins komt. De familie Voisins gaat wonen op het kasteel van Rennes-le-Château. Blanchefort zelf moet al vroeg verlaten zijn geweest, want het komt niet meer voor op de kaarten van Roussel (1713) en Cassini (1815). Het waarom is altijd onbekend gebleven.

Van Arques is meer bekend. Het dorp is in de 6e eeuw gebouwd door de Visigoten. Het kasteel zelf wordt voor het eerst genoemd in 1011. Kasteelheer is Bernardus Amélius de Arca. In 1118 wordt het eigendom van de heren van Termes. Het kasteel wordt in 1217 door Simon de Montfort verwoest, waarna het vanaf 1231 (net als Blanchefort) aan Pierre de Voisins toebehoort. Deze krijgt in 1260 van Lodewijk IX de titel "Baron van Arques". Eind 13e eeuw volgt Gilles I de Voisins zijn vader Pierre op, die (waarschijnlijk) in 1265 was gestorven, en begint in 1280 met de bouw van de donjon. Het is dus deze familie die de bouwers zijn van de Blanchefort-geometrie. Misschien was het Pierre die alles heeft laten berekenen, waarna zijn zoon de bouw op zich nam. De constructie wordt in 1301 voltooid door diens zoon Gilles II. De familie de Voisins blijft tot 1518 in Arques wonen. In dat jaar trouwt de laatste telg, Françoise de Voisins, met graaf Jean de Joyeuse. Ze gaan in Couiza wonen, in het door Jean gebouwde Château des Ducs de Joyeuse. In 1546 wordt het dorp Arques platgebrand door een Spaanse expeditie, maar deze strandt voor de donjon. De geschiedenis vertelt niet wat de reden daarvan was. Was de tegenstand te groot? Vonden zij het wel genoeg zo? Of spaarden zij bewust dit hoekpunt van de Blanchefort-geometrie? De laatste bewoonster van het kasteel was in 1771 de markiezin Poulpry. Daarna wordt het verkocht als nationaal goed aan de Revolutie. In 1887 wordt het uitgeroepen tot "Historisch Monument", waarvan de toren in 1910 "gemeenschappelijk bezit" wordt. Een jaar later begint men met de restauratie van de donjon en vanaf 1988 met de andere gebouwen. Hoewel vele details besproken worden, wordt nergens melding gemaakt van het toch niet allerdaagse patroon waar het kasteel onderdeel van is. Weet men het niet, of wordt het bewust niet genoemd, omdat men niet wil dat het algemeen bekend wordt? Een vreemde zaak.

Het derde kasteel is uiteraard dat van Serres. Van de bouw hiervan zijn helaas geen documenten gevonden. De basis zou gelegd zijn in de 14e eeuw. In de 16e eeuw wordt het kasteel gebouwd, zoals het er nu uit ziet. Boven een van de deuren bevindt zich het wapen van Guillaume de Voisins, die van 1530 tot 1557 bisschop van Alet was. Dit wapenschild doet uiteraard vermoeden dat de familie Voisins ook achter de bouw van dít kasteel zit. Momenteel is het in privé-bezit en niet open voor het publiek. 


Verder onderzoek.

Voor wat de Blanchefort-geometrie zelf betreft, was ik nog naar één ding benieuwd. Ik had het namelijk jammer gevonden dat de lijn vanuit Cassaignes, via Blanchefort naar de Geheime Plaats, niet door de ruïne van Château Montferrand ging. Ik was dus nieuwsgierig of het kasteel vroeger wellicht groter was geweest, zodat de lijn er wél naar toe ging. Montferrand werd dus met een bezoek vereerd. Bij het uitlopen van het dorp zag ik rechts de ruïne. Het stelde niet zo veel meer voor en het meeste was enorm overwoekerd. Links was echter geen spoor van het kasteel te zien, zodat ik aannam dat de lijn inderdaad langs het kasteel ging. Maar wat er wel stond was een calvaire, exact op de lijn die ik op de kaart had getekend! Als dat geen bevestiging van het bestaan van het patroon was. Op de calvaire staat de inscriptie "INRI 1811". De "N" is een gewone en een gespiegelde "N" samengevoegd.

Tot slot gingen wij op zoek naar de Geheime Plaats. Uiteraard had ik niet verwacht hier iets te zullen vinden, maar je weet maar nooit. De plek was zeer dicht begroeid en er was bijna geen doorkomen aan. Staande op Punt X (of in ieder geval er vlak bij) heb je goed uitzicht op Blanchefort en omgeving. Maar wat je niet ziet, dat zijn de kerken en de andere kastelen. Hoe moet je dan je positie bepalen? Een aantal andere "merktekens" in de omgeving, die me op de plaats zelf pas opviel, bood uitkomst. De Geheime Plaats bevindt zich aan de voet van een rotspunt op de berg Cardou. Op één lijn hiermee bevindt zich een andere rotpunt: de "Roque Nègre". Maar er is nog een lijn naar de Geheime Plaats. Deze gaat vanaf Blanchefort over een bruggetje over de rivier de Sals. Het snijpunt van beide lijnen geeft de juiste positie aan! Nu kan het toeval zijn, maar door beide lijnen in het oog te houden was het voor mij zonder kaart mogelijk om de Geheime Plaats te vinden. Misschien is dat vroeger ook wel op deze manier gedaan. Het bruggetje staat immers ook al op de oude kaarten van het gebied. Bovendien geeft de vorm van het dal aan dat de weg langs de Sals deze rivier altijd hier moet hebben gekruist. En zal daar altijd een of andere oversteek geweest zijn.

Ter plekke had ik, voorlopig althans, alle plaatsen wel bezocht. Ik wist nu wanneer de Blanchefort-geometrie gebouwd was en door wie. Maar toch had ik het gevoel dat er nog meer moest zijn. Aangezien de kastelen van Arques en Serres pas veel later zijn gebouwd dan de kerken binnen het patroon, speelde ik met de gedachte dat het oorspronkelijk misschien alleen uit kerken had bestaan. Om later uit te kunnen zoeken of er wellicht een onderling verband tussen de kerken bestaat, bepaalde ik met een kompas van al deze gebouwen de windrichting. Dat dit een paar maanden later zou kunnen leiden tot de ontdekking van een ander geometrisch patroon, kon ik toen nog niet vermoeden…