12 14


De grond, waarop de kerken zijn gebouwd, was in het bezit van Tempeliers, die omstreeks 1127 terug waren gekeerd uit het Heilige Land. Van 1153 tot 1169 was Bertrand de Blanchefort hun Grootmeester. Het "Château des Templiers" in Le Bézu biedt uitzicht op de berg Cardou. Het kasteel en de Geheime Plaats liggen op één lijn met de kerk van Serres.


De abdij van Alet-les-Bains

De Cardou en omgeving vanaf Le Bézu



  Het langste deel van het Kerken-patroon gaat door de kerk van Cassaignes. Het verlengde hiervan leidt naar de commanderie van de Tempeliers in Campagne-sur-Aude. Door bovenstaande factoren heb ik het sterke vermoeden dat de orde der Tempeliers achter de bouw van het 12e eeuwse patroon zit.



Familie de Voisins.

De Blanchefort-geometrie uit de 14e eeuw was gebouwd door de familie De Voisins. Pierre de Voisins, de vazal van Simon de Montfort, kreeg in 1231 het gebied rond Rennes-le-Château toegewezen. Hij wist van of ontdekte later het Geheim van het Kerken-patroon, waarna zijn nakomelingen de Blanchefort-geometrie bouwden en vervolgens het oude patroon als wapenschild aannamen.


Kasteel Rennes-le-Château

Wapen De Voisins


In de 17e eeuw namen afstammelingen van Pierre de titel "Heer van Blanchefort" aan. Toen de laatste baron met deze titel stierf, liet hij zijn vrouw al jong achter. Haar naam was Marie de Negri d’Ables, Dame d’Hautpoul de Blanchefort. Zij gaf op haar sterfbed in 1781 een geheim door aan haar pastoor, Antoine Bigou.

Derhalve is "het Geheim van Blanchefort" het Geheim van de familie De Voisins, nl. het Geheim van het Kerken-patroon en de Blanchefort-geometrie. Oftewel: het Mysterie van Rennes-le-Château is het mysterie van de schat op de "Geheime Plaats"!


De Geheime Plaats.

  Boven een dichtgemetselde deur van de kerk van Serres bevindt zich een steen met inscriptie. De inscriptie is een variant op een Tempelierskruis. Een sleutel van het kasteel van Serres is gemaakt in dezelfde vorm.



  In Pezens vond ik een aantal graven van afstammelingen van Pierre de Voisins. Eén van de graven had een versiering die me sterk deed denken aan de inscriptie van de steen van Serres. Zou dit een verwijzing zijn naar de Geheime Plaats ?



  In mijn onderzoek had ik maar liefst vijf lijnen gevonden die door één punt heen gingen:

- de lijn vanuit Cassaignes door Blanchefort
- de deellijn van de hoek Bl'fort-Peyrolles-Serres
- de 60°-lijn vanuit Arques
- de "M" door het midden van de "Kleine Lijn"
- de lijn van het Kerken-patroon



  Dank zij luchtfoto's van het Institut Géographique National, de gedetailleerde TOP 25 kaart van het gebied, eigen foto's en de Blanchefort-Geometrie kon ik de Geheime Plaats op de meter nauwkeurig bepalen.



Op de locatie zelf stuitte ik op een spoor van stenen, loodrecht op de berg. Het was een "pad", een meter breed, tientallen meters lang, exact over de Geheime Plaats. Was dit waar de steen van Serres en het graf in Pezens naar verwijzen?



Dank zij mijn onderzoek kende ik de locatie van de "schat" en had ik kunnen achterhalen op welke wijze dit Geheim was overgedragen. Maar wat ís nu het Geheim?






Deel 5 - Hoofdstuk 18: De bouwers van het Kerken-patroon.  

Tot slot van dit hoofdstuk is het natuurlijk interessant er achter te komen wie er verantwoordelijk is geweest voor de bouw van de kerken van Peyrolles, Cassaignes en Serres. Het zijn kleine dorpjes met momenteel nog geen honderd inwoners, en dat zal in die tijd niet veel anders geweest zijn. Toch bestaan ze al heel lang. In een acte uit 889 wordt gesproken van een "villa quae dicitur Cassanias" en een "villa quae dicitur Petrolas", oftewel Cassaignes en Peyrolles. Serres wordt pas in 1210 voor het eerst genoemd, "Serris". Wanneer de kerken precies gebouwd zijn, is niet bekend. Wel is men het er over eens dat het in de 12e eeuw moet zijn geweest. Omstreeks 1127 keerden de Tempeliers voor het eerst terug uit het Heilige Land. Een document, gedateerd 20 mei 1130, bevestigt de overdracht van "Peirois" (Peyrolles) aan hun Orde. Andere documenten geven aan dat Serres en Blanchefort (en ook Rennes-les-Bains) behoorden tot de bezittingen van de abdij van Alet-les-Bains. En deze abdij behoorde op zijn beurt van 1132 tot 1180 weer tot de bezittingen van de Orde der Tempeliers, waarvan Bertrand de Blanchefort van 1153 tot 1169 de Grootmeester was! Van deze Bertrand is bekend dat hij in 1156 een groep Duitse mijnwerkers naar Frankrijk haalde voor werkzaamheden in de buurt van Blanchefort. Een vreemde zaak, want de mijnen waren in die tijd al uitgeput. Ook is het merkwaardig te noemen dat ze geen contact mochten hebben met de plaatselijke bevolking. Zou dit verband kunnen houden met de Geheime Plaats?

Uit het vermoeden dat de Tempeliers achter de bouw van het patroon zitten wordt ook het belang verklaard van het "Château des Templiers" in Le Bézu, dat in 1288 door Pierre II de Voisins werd verbouwd. Voor de bouw van een kapel en een uitkijkpost haalde hij een speciale groep Tempeliers uit de Roussillon hiernaar toe. In Deel 4 had ik mij verbaasd dat de lijn van Le Bézu door Punt X naar de kerk liep van Serres, en niet naar het kasteel. Maar ook dat is nu aan de hand van het Kerken-patroon opgehelderd. Bovendien heb je vanaf de Tempelierspost, officieel "Château d'Albedun" geheten, een prachtig uitzicht op de Geheime Plaats en kan je het goed in de gaten houden. Een ander bewijs wordt gevormd door de commanderie van de Tempeliers in Campagne-sur-Aude. Het langste deel van het kruis van het Kerken-patroon wordt gevormd door de middelloodlijn op Peyrolles-Serres. Deze gaat door de kerk van Cassaignes. Maar het verlengde van deze lijn eindigt in de kerk van de genoemde commanderie. Een duidelijker aanwijzing bestaat er niet.


De familie de Voisins.

Er bestaan dus twee geometrische figuren, de "Blanchefort-geometrie" en het "Kerken-patroon". Blanchefort en Cassaignes zijn de punten waar beide patronen bij elkaar komen. De lijn hier doorheen gaat rechtstreeks naar de Geheime Plaats. In feite is het een lijn die bij het Kerken-patroon hoort. Vandaar dat hij wel voorkomt op de "Plattegrond van Jeruzalem", maar niet in de latere schilderijen. Met het miniatuur uit St.Bertin heeft men de overgang van het "oude" naar het "nieuwe" patroon aan willen geven. Het moet een heel gereken geweest zijn, destijds. Het Kerken-patroon bestond al lang toen de Albigenzische kruistochten losbarstten. Het is alleen niet duidelijk of Pierre de Voisins al vóór zijn vertrek naar het zuiden van het bestaan hiervan op de hoogte was. Het geslacht de Voisins komt uit Voisins-le-Bretonneux, in de Yvelines, de streek ten zuidwesten van Parijs, waar ook het plaatsje Montfort-l’Amaury ligt. Hier komen ook zijn vrienden Simon de Montfort en Arnaud-Amaury vandaan die in 1209 al ten strijde trokken. Pierre volgde in 1217, na een jaar eerder als weldoener van de abdij Vaux-de-Carnay te zijn opgetreden. In 1231 volgde hij Lambert de Limoux op als "heer van Limoux", waardoor ook het gebied rond Blanchefort onder zijn hoede kwam. Het kan natuurlijk zijn dat Pierre toen pas de informatie betreffende de Geheime Plaats te horen kreeg. In ieder geval is het nuttig om de verdere geschiedenis van de familie te volgen. Zoals gezegd werden de kastelen van Blanchefort en Arques in het begin van de 13e eeuw door de legers van de Montfort vernietigd en kwamen in 1231 onder het gezag van Pierre. Deze ging wonen in het kasteel van Rennes-le-Château, toen nog Rhedae geheten, en was verantwoordelijk voor de opbloei van het dorp. Een halve eeuw later bouwden zijn nakomelingen (via zijn derde zoon Gilles I) de donjon van Arques, perfect in een 30°-60°-90° driehoek met Blanchefort en Peyrolles. In de 14e eeuw werd ook begonnen met de bouw van het kasteel van Serres, waarmee het nieuwe patroon werd voltooid. In 1350 werd het oude Kerken-patroon als familiewapen aangenomen. Terwijl de afstammelingen van Gilles I in Arques woonden (en later in Couiza), verbleef een andere tak (via de oudste zoon van Pierre, Pierre II) op het kasteel van Rhedae. In 1362 werd het gebied overheerst door de Spaanse graaf Henri de Tastamare, die het dorp weer verwoestte. De kleine gemeenschap die overbleef, werd Rennes-le-Château genoemd. De naam "de Voisins" verdween hier, toen de laatste afstammelinge met die naam in 1400 trouwde met ene heer Marquefave. Hun dochter trouwde in 1422 met Pierre-Raymond d’Hautpoul, die zich baron mocht noemen. In 1680 was het Henri, baron d’Hautpoul, die weer de titel "heer van Blanchefort" aannam. De laatste baron met deze titel stierf in 1732. Zijn echtgenote was Marie de Negri d’Ables! En zo is de cirkel van ons verhaal weer rond. Want deze Marie de Negri d’Ables, Dame d’Hautpoul de Blanchefort, gaf op haar sterfbed in 1781 een geheim door aan haar pastoor Antoine Bigou. Een geheim, dat al vele generaties lang, van geslacht op geslacht door de Blancheforts was doorgegeven. Hiermee is duidelijk geworden dat het Geheim van Blanchefort ook het Geheim van familie de Voisins is, en dus ook het Geheim van het Kerken-patroon en de Blanchefort-geometrie. Oftewel, het Mysterie van Rennes-le-Château is niets anders dan het mysterie van de "schat" die zich op de Geheime Plaats bevindt!


De Steen van Serres.

Nog een aanwijzing voor een verband tussen de Tempeliers en het Kerken-patroon is te zien aan de noordwand van de kerk van Serres. Boven een dichtgemetselde deur bevindt zich een steen die jarenlang aan het zicht onttrokken moet zijn geweest, gezien de sporen van weelderige plantengroei. Sinds een paar jaar houdt een vereniging zich bezig met het herstel van de kerk, en daarbij zijn natuurlijk ook de deur en de steen weer te voorschijn gekomen. Op deze steen staat een Tempelierskruis gegraveerd, met aan de bovenkant een soort halve cirkel en aan de onderkant een rechthoek. Omdat vrienden van ons de voormalige pastorie hadden gehuurd, zoals eerder gezegd, was de steen me al opgevallen. Tegen het einde van die vakantie bezochten wij in Campagne-sur-Aude een tentoonstelling over de Tempeliers. Er bleek ook een grote foto van bovengenoemde steen te hangen. Volgens de begeleidende tekst werd de dichtgemetselde deur "la porte des morts" genoemd, omdat de doden door deze deur naar de begraafplaats werden gebracht. Dit was dus sinds een paar jaar de tuin van de gite, waar wij die avond daarvoor nog hadden genoten van een barbecue. De steen werd beschreven als zeer uniek en mysterieus. Men vroeg zich af wat hij daar deed aangezien er (volgens hen) geen activiteiten van de Tempeliers in Serres waren geweest. Nergens had men een dergelijke inscriptie gezien, maar wel had de sleutel van een van de deuren van het kasteel van Serres dezelfde vorm! Door dit verhaal nieuwsgierig geworden, ging ik de volgende dag de steen nogmaals bekijken. Uiteraard wilde ik er ook een foto van maken. Hoewel het toestel mij al jarenlang trouw dienst had gedaan, zonder ooit één mankement te hebben gehad, gebeurde er nu iets vervelends. Na het scherp stellen drukte ik af, en … het alarm van het toestel ging af. In de display stond "HELP" te lezen, ten teken dat de batterijen vernieuwd moesten worden. Maar die had ik net vernieuwd! Wat ik verder ook deed, niets hielp en de rest van de vakantie weigerde het toestel dienst. Geen enkele fotozaak bleek mij zo gauw te kunnen helpen. Omdat ik niet wist of de foto ondanks alles toch gelukt was, vroeg ik iemand anders een foto te nemen. Maar wat gebeurde er de volgende dag? Ook dat toestel weigerde. De batterijen moesten vervangen worden! Gelukkig deed deze het daarna wel weer. Helaas hebben we geen tijd gehad om nog een derde toestel uit te proberen. Later terug in Nederland moest mijn toestel opgestuurd worden naar de importeur. Toen bleek dat de spiegel geblokkeerd was. De reden heeft men niet kunnen vinden. Maar het is wel frappant dat uitgerekend de spiegel, die toch een belangrijke rol in het verhaal speelt, de oorzaak was van dit ongemak. Toevallig? Ik hoop het. In ieder geval is de laatste foto met mijn toestel wel gelukt, en was dit een van de vele voorvallen die de vakantie een speciaal tintje gaf.


Het graf in Pezens.

Het was pas jaren later dat de betekenis van de inscriptie mij duidelijk werd. Op het spoor gekomen van de familie de Voisins was ik mij meer gaan verdiepen in het wel en wee van dit geslacht. De vertakkingen zijn zo talrijk dat het bijna ondoenlijk is om alles te achterhalen. Maar één tak leek mij belangrijk, nl. de afstammelingen van Guillaume I, de kleinzoon van Pierre. Zij woonden in het dorp Pezens, even ten westen van Carcassonne. Dit dorp heeft een aantal keren in het verleden de naam "Voisins" gehad, een bewijs dat deze familie een belangrijk stempel heeft gedrukt op de geschiedenis van het gebied. Van 1296 tot 1774 zijn alle leden van de familie begraven geweest in de kerk van Pezens, daarna op het plaatselijke kerkhof.   In 1785 trouwde de laatste afstammelinge met de naam "de Voisins" met graaf Antoine Paul Joseph de Pins. Toen ik in 2000 een bezoek bracht aan het dorp bleek dat zijn graf nog steeds is te zien op het kerkhof, samen met die van andere familieleden, waarvan de namen nauwelijks meer te lezen zijn. Toch is een van die graven belangrijk. Want het kruis dat op het graf is afgebeeld, loopt over in een smal spoor dat sterk doet denken aan de inscriptie van de steen van Serres. Zouden dit verwijzingen zijn naar de Geheime Plaats?


De Geheime Plaats.

Toen ik voor de eerste keer de plek zelf bezocht had ik niets bijzonders aangetroffen. Dat was achteraf niet zo verwonderlijk, want het bleek dat ik wel in de buurt was geweest, maar niet exact op de Geheime Plaats had gestaan. Maar na dit eerste bezoek kreeg ik veel meer informatie. Ik had mijn foto's, genomen vanaf het pad naar Blanchefort, ik had de kaart van het I.G.N. en ik had het patroon van de Blanchefort-geometrie. Toen ik tenslotte ook nog de luchtfoto's van het I.G.N. toegestuurd had gekregen, was ik in staat om de locatie tot op de meter exact te bepalen. Gewapend met deze gegevens beklom ik zomer 2000 de flanken van de Cardou. Vanaf een bepaald punt moest ik nog 25 meter richting zuid-oost lopen. Bij de laatste stappen stuitte ik op een rij stenen die als een pad van boven naar beneden liep. De rij was ongeveer een meter breed en ik schat zo'n 40 meter lang. De hoogte is ongeveer 30 centimeter. Het kon natuurlijk zo zijn dat deze stenen door natuurgeweld van de rotsen van de Cardou naar beneden waren gerold. Even verderop trof ik echter een verzameling stenen en rotsblokken aan waar je echt aan kon zien dat dit door de natuur was gedaan. Het leed geen twijfel: het spoor van stenen was door mensenhanden gemaakt! Is dit waar de steen van Serres en het graf in Pezens naar verwijzen?