12 14

Deel 6: Het Geheim.

De verlossing van de mensheid
wordt verkregen door het lijden van Jezus
en het vergieten van zijn bloed

Paus Johannes XXIII (1960)


Ik weet zeker dat de dingen die ik dank zij mijn onderzoek heb ontdekt "echt" zijn en geen verzinsels van mijn kant of van wie dan ook. Maar hoe graag ik het ook zou willen, ik kan (nog) geen exact antwoord geven op de vraag wat het Geheim nu precies is. Wel kan ik een oplossing geven wat de "schat" mogelijk zou kunnen zijn.


Religie.


Ondanks alle mogelijke schatten, genoemd in deel 2, leek één ding mij duidelijk: het kan geen materiele schat zijn. Immers, een gewone schatkamer zou nooit al die moeite waard zijn geweest die dit Geheim al bijna 900 jaar met zich mee brengt. Het moet dus een schat zijn met een geestelijke waarde, belangrijk voor alle mensen. Een schat, waarbij religie een belangrijk aspect is. Maar welk? Ik ging op zoek naar het antwoord.

Jezus was een jood, die streed tegen de Romeins overheersing van zijn land. Hij stond aan het hoofd van de Nazareners. Na de kruisiging nam zijn broer Jacobus de leiding van het verzet over. Het was Paulus, een vroegere Romeinse legeraanvoerder, die Jezus zélf als God ging beschouwen. Dit had een breuk met de joodse gemeenschap van Jacobus tot gevolg.

Paulus verbreidde het geloof op zijn eigen manier en vermengde de oorspronkelijke leer met die van andere culturen. Hierdoor werd zijn nieuwe leer snel populair. In Rome leidde het echter tot verschrikkelijke vervolgingen. Pas toen Keizer Constantijn zich in 312 bekeerde, kwam hier verandering in. De regels van de katholieke kerk werden vastgesteld en Jezus werd bij stemming tot God verklaard. Maar voor de joden zelf was Jezus geen (Zoon van) God.



De engelen (met BS) en Johannes de Doper (met A en Ω) in de kerk van Rennes-le-Château.
Rechts het interieur van de kerk in Rennes-les-Bains, met de kopie van het schilderij van Van Dijck.



Deel 6 - Hoofdstuk 19: Religie.    (complete tekst)

Bijna iedereen die ik vertelde van mijn vondsten, vroeg mij of ik de plaats van een schat had gevonden en wanneer ik daar ging graven. Maar afgezien van het feit dat het mij zeer gênant lijkt om daar met een schep over je schouder rond te lopen, was dit tot nu toe niet het doel van mijn onderzoek geweest. Ik wilde alleen maar aantonen dàt er een Geheime Plaats was en hoe dit Geheim door de eeuwen heen door een groep ingewijden bewaard was gebleven. Maar nu het inmiddels duidelijk is geworden waar die plek is en ik een redelijke lijst met mensen heb die van het Geheim op de hoogte waren (om de lijst compleet te maken zal overigens nog jaren vergen), komt de vraag aan de orde: wat houdt het Geheim nu precies in? Waarom al die moeite om juist díe plek aan te geven en te verbergen? Waarom al die moeite om gebouwen op bepaalde plekken te situeren, om schilderijen in bepaalde patronen maken, om boeken en pamfletten in codes schrijven, waardoor alleen diegenen die er van af weten het getoonde kunnen begrijpen. Is er dan echt een schat? Het juiste antwoord lijkt mij "ja". Het is alleen de vraag, wat die schat nu precies inhoudt. In het hoofdstuk over de geschiedenis van het gebied heb ik al een aantal mogelijkheden gegeven. Het zijn de Tempelschat en de schatten van de Visigoten, de Merovingen, de Tempeliers en de Katharen. Ook worden de Graal en zelfs de Ark des Verbonds genoemd als mogelijkheden, wat de plaatsnaam "Arques" zou kunnen verklaren. Al deze schatten hebben één ding gemeen: ze hebben velen naar Rennes-le-Château doen afreizen, in de hoop enige rijkdom te kunnen vergaren. En bovendien hebben ze het dorp eeuwige roem verschaft. Het lijkt mij echter niet dat er een waardevolle materiele schat begraven ligt. Was dit wel het geval geweest, dan had in de loop der tijden iemand het vast wel een keer opgegraven. Het Kerken-patroon bestaat al sinds de 12e eeuw, dus bestaat het Geheim toch ook minstens 800 jaar. Bovendien is het duidelijk dat er zeer veel mensen bij betrokken zijn geweest. Zou dan nooit iemand een keer uit hebzucht een poging gedaan hebben? Vast wel. Daarom lijkt het mij duidelijk dat het geen materiële maar een immateriële schat betreft. Een schat die emotionele waarde heeft en daarom voor rovers niet van belang was. Een schat die een Geheim inhoudt met geestelijke waarde, zeer belangrijk voor vele en misschien wel voor alle mensen. Dat is de reden waarom deze "schat" verborgen bleef en moest blijven. Waar je daarbij onmiddellijk aan moet denken, is aan een schat die met religie te maken heeft. In dit verband zijn er al eerder suggesties gedaan. Volgens sommigen namelijk, zou in de buurt van Rennes-le-Château, of "ergens" in Frankrijk, het graf van Christus zijn. Ik kan mij voorstellen dat deze nogal boude bewering bij velen een schok teweeg kan brengen, terwijl anderen hiervoor lachend hun schouder zullen ophalen. Maar is deze uitspraak überhaupt serieus te nemen? Ik ging op zoek naar het antwoord.


Het katholicisme.

Een van de factoren die hierbij een rol speelt, is de ontstaansgeschiedenis van de Katholieke Kerk. Iedereen is door opvoeding en scholing "geprogrammeerd". Bepaalde opvattingen zijn er bewust of onbewust "ingestampt", zodat je bekend bent met de enige "waarheid". Kritische mensen zullen op een bepaald moment in hun leven deze waarheid gaan toetsen, en er soms achter komen dat deze niet strookt met hun eigen opvattingen. Afvallige katholieken zullen dit proces zeker herkennen. Het ontstaan van hun Kerk is tegenwoordig bekend, maar toch ergeren vele gelovigen zich er aan, en ontkennen de feiten als hierover geschreven wordt.

Jezus was een jood die leefde ten tijde van de Romeinse overheersing. In zijn tijd waren er vele groeperingen die in opstand kwamen tegen de onderdrukking. Die van de Nazareners was daar één van, met Jezus aan het hoofd. Als afstammeling van het huis van koning David, was hij bovendien ook de rechtmatige kroonpretendent van het land. Om zijn acties kracht bij te zetten, gebruikte hij bepaalde profetieën, zoals het binnentrekken van Jeruzalem op een ezel op de dag voor Pasen. Zoals u weet werd hij daarna opgepakt en gekruisigd. Onbedoeld had hij daarmee een nieuwe religie gestart. Terwijl zijn broer Jacobus het leiderschap in Jeruzalem op zich nam, kreeg de Romeinse legeraanvoerder Saulus, die de volgelingen van Jezus achterna zat, een visioen en bekeerde zich. Hij werd er vervolgens door Jacobus op uit gestuurd om ook andere mensen tot het joodse geloof, naar de inzichten van Jezus, te bekeren. Paulus, zoals hij zich sindsdien liet noemen, verbreidde het geloof echter op zijn eigen manier. Hij verliet steeds meer de joodse gebruiken en beschouwde Jezus zélf als God. Dit had een definitieve breuk met Jacobus tot gevolg. Om het succes van zijn missie te vergroten, vermengde Paulus zijn leer met die van andere culturen. Door deze aanpassingen werd de nieuwe leer van Paulus overal snel populair. Alleen de Romeinen bleven trouw aan hun eigen goden, gezien de vele vervolgingen onder de christelijke gemeenschap. Pas toen Keizer Constantijn zich in 312 bekeerde, kwam hier verandering in. Onder zijn leiding werd bij het concilie van Nicea in 325 het christendom vormgegeven. De geboortedag van Jezus werd verplaatst van 6 januari naar 25 december (nota bene de dag van het feest van de "Sol Invictus", de zonnegod van Constantijn), Rome werd het centrum van de Kerk, en Jezus werd (bij stemming!) officieel tot God verklaard.* Kerkvergaderingen bepaalden ook welke evangeliën de juiste waren. De verhalen die niet aansloten bij de toenmalige inzichten van de Kerk, werden verboden verklaard. Deze worden de zogenaamde "apocriefe" evangeliën genoemd.

Zoals eerder vermeld kon het katholicisme van Rome door een verbond met de Merovingen verder verbreid worden. Later namen de Karolingen deze taak over in het Heilig Roomse Rijk. De Heilige Inquisitie vormde de politiemacht om tegenstanders in het gareel te houden. Filips de Schone verplaatste de pauselijke zetel in 1309 naar Avignon. In feite begon hiermee al de verdeeldheid, waaruit later talrijke afscheidingen zijn ontstaan. Vele daarvan worden als "ketters" beschouwd, eigenlijk alleen maar omdat ze terug wilden naar het oorspronkelijke geloof, zonder alle pracht en praal, en zonder alle verzonnen elementen. Bovenstaand verhaal geeft aan dat het katholicisme op een geforceerde manier is ontstaan uit het joodse geloof. Het geloof in (een) God staat hier buiten, maar het geloof in Jezus, zijnde de Zoon van God, is het grote verschil. Voor de joden is Jezus niet de Messias. Voor de katholieken is hij dit wel degelijk, en is hij voor alle mensen op aarde gekomen om te sterven ter vergeving van de zonden.

* Eén van de tegenstanders was bisschop Arianus. Uit zijn opvattingen is het "arianisme" ontstaan. 






.