12 14


Pierre de Voisins komt in mijn verhaal naar voren als de grote man achter de overdracht van het Geheim. Hoewel hij niet in de geschiedenisboeken wordt vermeld, valt er veel over hem en zijn familie te vertellen. Terwijl ik in de toekomst meer over hem wil publiceren  - mijn onderzoek zich richt nu op hem en zijn nakomelingen -  is hier alvast een korte verhandeling over de oorsprong van zijn familie, de vertakkingen ervan, en een aantal "links" met het Mysterie van Rennes-le-Château en mijn verhaal.

Het geslacht De Voisins komt uit de Yvelines, een streek ten zuiden van Parijs. Hier ligt, op een paar kilometer afstand van Versailles, het plaatsje Voisin-le-Bretonneux. Dit dorp wordt voor het eerst vermeld in een document uit 768 van koning Pippijn de Korte, waarin het Ansberto Vicinio wordt genoemd. Het Latijnse woord "vicinius" ("buurman") is in het Frans "voisin". Het duurt tot 1118 (toevalligerwijs het jaar waarin de Orde der Tempeliers werd opgericht) voordat de naam Voisins weer opduikt, wanneer in een document Hugues de Voisins "Heer van Maule" wordt genoemd. Via ene Rodolphe de Voisins (± 1168) belanden we bij "onze" Pierre de Voisins, die in 1191 meeging met de derde kruistocht (een expeditie, waar ook Richard Leeuwenhart aan deelnam).

In de Yvelines ligt ook het plaatsje Montfort-Amaury, waar de bevriende familie de Montfort woonde. De bekendste van dit geslacht, Simon de Montfort, trok in 1209 ten strijde tegen de ketterse Katharen. Pierre de Voisins verscheen daar pas later op het toneel, ten tijde van het beleg van Toulouse, waarbij in 1218 Simon de Montfort sneuvelde. Pierre keerde daarna weer terug naar zijn geboortestreek, totdat hij in 1226 koning Lodewijk VIII volgde voor een nieuwe kruistocht. In 1229 maakte diens zoon Lodewijk XIX de Heilige met het "Verdrag van Parijs" een einde aan de oorlog en voegde de Languedoc toe aan Frankrijk. Als dank voor zijn diensten volgde Pierre de Voisins in 1231 Lambert de Thurey (Lambert de Limoux) op als "Heer van Limoux". Daardoor kreeg hij zeggenschap over gebieden waar niet alleen Limoux toe behoorde, maar ook Belcastel, Couffoulens, Rennes-les-Château, Rennes-les-Bains, Sougraigne, Montferrand, Arques en ... Blanchefort. Hij trouwde met Manhaut, de dochter van Lambert, en bleef voorgoed in het gebied wonen. Zijn kinderen bewoonden later de kastelen van Rennes-le-Château, Arques en Couffoulens. Pierre moet tussen 1252 en 1268 zijn gestorven. Hoewel hij vele titels had, zoals "Sénéchal" van Toulouse en Carcassonne, is er geen enkele afbeelding van hem bekend en weet niemand wanneer en waar hij is begraven.

In het paleis van Versailles is een wapenschild te bezichtigen met de prachtige naam van "Lysander de Gelas de Voisins d'Ambres-Lautrec". De naam van deze heer geeft al aan dat de familie zich in de loop der eeuwen enorm vertakt heeft. Onder hen zijn o.a.: De baronnen van Ambres, Montaut en Blagnac, de graven van Lautrec en Gelas, de heren van Arques, Joyeuse, Pezens, Couffoulens en Moussoulens, de markiezen van Alzau en Brugairolles. In deel 5 heb ik al het leven besproken van Pierre II en Gilles I, de zonen van Pierre (I) de Voisins. Van zijn zoon Guillaume I is veel documentatie bewaard gebleven. Een paar takken zijn van belang in verband met ons verhaal.

In 1295 ruilde Guillaume I de streek van Limoux voor die van Pezens met koning Philips de Schone. Een jaar later verhuisde hij vanuit Couffoulens hier naar toe. Via zijn zoon Blaise bleef de familie lang in de omgeving wonen, met name in het kasteel Alzau, waar zich nu nog het familiearchief bevindt. Onder koning Lodewijk XIV werd de naam Pezens gewijzigd in "Voisins". Het dorp bleef zo heten (met uitzondering van de periode 1790-1814, waarin het weer de oude naam had) tot het jaar 1831. Van 1296 tot 1774 werden alle leden van de familie de Voisins begraven in de kerk van Pezens en na die tijd op het plaatselijke kerkhof. In 1785 trouwde Marie-Thérèse de Voisins met Antoine Paul Joseph de Pins, waardoor de naam de Voisins in Pezens verdween. Het graf van Antoine de Pins is nog altijd te bezichtigen. De laatste afstammelinge van de tak van Pezens heeft de welluidende naam van Marthe Jeanne de Bruyère de Châtel de Chalabre de Joyeuse.

Via Guillaume II (de zoon van Guillaume I) verbleef de familie lange tijd in Couffoulens, een dorp even ten zuiden van Carcassonne. Via diens zoon Jean en later diens kleinzoon Jean de Voisins werd de tak Voisins d'Ambres gesticht. Een tak die meestal wordt genoemd in de kronieken, en die zich vestigde in de buurt van Toulouse. Door een huwelijk van Ambroise de Voisins gingen in 1588 de bezittingen over in het huis van Gelas, dat later een verbinding kreeg met het huis van Lautrec. Lautrec ging op zijn beurt weer een verbintenis aan met het huis van Toulouse, de afstammelingen van de graven van Toulouse, bekend uit de Albigenzische kruistochten. Op deze wijze ontstond het geslacht Tousouse-Lautrec.

Een ander dorp dat vlak bij Couffoulens ligt, tussen Limoux en Carcassonne, is Pomas. Straatnaambordjes verraden nu nog dat de familie de Voisins daar gewoond heeft. In 1599 trouwde Bernard de Voisins, heer van Pezens, met Peyronne de Rabot. Doordat zij kinderloos bleven gingen de bezittingen over op het huis Rabot, dat vanaf die tijd de naam en het wapenschild van de Voisins aannam.

Een tak die zeer lang heeft bestaan is rond 1320 ontstaan uit een huwelijk van de dochter van Guillaume I, Madeleine, met Jacques de Gilbert. De familie Gilbert de Voisins heeft zich gevestigd in de Yvelines, met name in Voisins-le-Bretonneux, en hun spoor is tot 1936 te volgen. In dat jaar overlijdt graaf Auguste Gilbert de Voisins, schrijver van "Le Festin de l'Araignée" en van "Le Bar de la Fourche", een roman over goudzoekers. Hoewel de laatstgenoemde graaf kinderloos stierf, zijn de vertakkingen vanaf Madeleine de Voisins enorm, en zijn er vast nog wel familieleden te vinden.


Kasteel in Pomas

Straatnaambordje met wapenschild in Pomas



Kasteel in Couffoulens

Kasteel Alzau



Couiza Château des Ducs de Joyeuse

Graven van De Pins in Pezens




3.2 Links met het Verhaal.

Hoewel ik mij zo weinig mogelijk aan speculaties overgeef, zijn er een paar dingen die mogelijk op een verband wijzen. Hierboven heeft u kunnen lezen dat een van de laatst bekende telgen een paar boeken heeft geschreven die, afgaande op de titels, naar ons Verhaal zou kunnen verwijzen. Het ene boek van genoemde Auguste Gilbert de Voisins heeft als titel "Le Festin de  l'Araignée". Ook op het graf van Marie de Negri is een spin afgebeeld. Volgens sommigen zou het Franse woord "araignée" ("spin") wellicht  "[il] a raigné" ("hij heeft geheerst") kunnen betekenen. In dit verband is het opvallend dat Emile Hoffet, destijds bezocht door Saunière in Parijs, een blad heeft uitgegeven waarvan de titel "Regnabit" ("hij zal heersen") van hetzelfde Latijnese woord afkomstig is. Het andere boek van Auguste is "Le Bar de la Fourche", dat een roman is over goudzoekers. Frappant, maar meer kan ik er niet over zeggen. Een link?

Een vriend van occultist Emile Hoffet was Claude Debussy, wiens naam voorkomt op de lijst van Grootmeesters van de Prieuré de Sion. Onder hun kennissenkring was niet alleen de vriendin van Saunière, operazangeres Emma Calvé, maar ook Maurice Maeterlinck, de schrijver van van het Merovingische dramastuk "Pelléas en Mélisande". Van dit drama heeft Debussy begin 20e eeuw een wereldberoemde opera gemaakt. De première van dit stuk werd gehouden in het gehucht Magny. Dit dorp is momenteel de zusterstad van Voisins-le-Bretonneux, terwijl ze tot de 15e eeuw één geheel met elkaar hebben gevormd. Heeft Debussy deze locatie bewust gekozen als een soort eerbetoon aan de familie de Voisins?

Een ander verhaal speelt zich af op een plek in de buitenwijken van Voisins-le-Bretonneux. Hier is een helling met de mooie naam "La Côte de l'Ave Maria". Deze naam geeft al iets bijzonders ("de Helling van de A... M..."), maar de oude naam is nog frappanter: "La Côte du Trésor" ("de Helling van de Schat"). Over deze locatie gaat de volgende legende. Vroeger werd deze plek bewoond door de Duivel. Hij bewaakte daar, volgens de bewoners van Voisins, een enorme schat. Maar niemand durfde daar 's nachts te komen. Overdag wel, want dan had Satan geen macht genoeg. Maar hoe de mensen ook zochten, ze konden de schat niet vinden. Op een dag besloot men om Satan te verdrijven. In een lange processie gingen de dorpelingen onder het luiden van de klokken naar de helling. De Duivel sloeg op de vlucht en is nooit meer teruggekeerd. Maar voordat Satan er vandoor ging, zag hij kans om de schat zo goed te verbergen dat hij tot op de dag van vandaag nog steeds niet is gevonden...

Net buiten Limoux is een prachtige kerk, de Notre Dame de Marseille. Het meest opvallende gedeelte van deze kerk is een zijkapel met de naam "Ave Maria". Hoewel deze naam natuurlijk vaak wordt gebruikt is het wel frappant dat de kapel dezelfde naam heeft als de helling in bovenstaand verhaal. De A en de M zijn in de kapel nadrukkelijk aanwezig. Maar niet verwijzend naar "Ave Maria", maar naar het Kerken-patroon. Eén afbeelding geeft het AM-teken, zoals op de "dobbelsteen" van Alain Feral. Een andere afbeelding geeft het patroon, vergelijkbaar met het wapenschild van Arques. Het is hierbij opvallend dat de zijkanten enigszins schuin staan, net als bij het patroon op de landkaart...

De laatste "link" die ik beschrijf is die van de bekende schilder Henri Toulouse-Lautrec. Hierboven kunt u in grote lijnen volgen hoe het huis van Toulouse-Lautrec voortgekomen is uit de nakomelingen van Pierre de Voisins. De vader van Henri heeft de schilder genoemd naar de graaf van Chambord die, zoals eerder gezegd in Deel 1, aanspraak maakte op de troon van Frankrijk en geregeerd zou hebben als Henri V. De cirkel met ons Verhaal is rond omdat de echtgenote van de graaf een paar jaar na diens dood een schenking deed aan Bérenger Saunière, zodat deze pastoor in staat was om de nodige reparaties te doen aan zijn kerk. Zoals u weet zijn daarbij de documenten gevonden... 


4. Links op Internet.


      Etienne Pattou: 

Stamboom De Voisins